Sociale Media

Mubarak komt in het hiernamaals Nasser en Sadat tegen. ‘Vergiftigd? Vermoord?’  vragen ze. Mubarak: ‘Nee, Facebook.’ De invloed van sociale media is groot. In Noord Afrika op dit moment het middel dat coördinatie van acties en communicatie naar buiten mogelijk maakt. Daar waar de pers er niet bij kan of te laat aankomt, komen de berichten via twitter en facebook direct van de demonstranten. Ook wordt geproduceerd via deze weg. Denk aan wikipedia en Linux.

Waar gaat het heen, waarom steken mensen hier zo veel moeite in, wat levert het op, waarom ontwikkelt zich dit nu en werkt het?

Onlangs kreeg ik een artikel onder ogen over generatie C en hoe de markt daar op in zou spelen. Het artikel vindt plaats in 2020 en beschrijft een student van 20 jaar. Hij is 24/7 verbonden met internet via zijn PDD: primary digital device. Via zijn PDD weet deze student altijd waar zijn vrienden zijn en wat ze doen. Ook zijn studie verloopt goeddeels via dit medium. Het volgen van colleges, lezen van studiemateriaal, onderzoek doen en samenwerken met zijn studiegenoten: niets is meer plaatsgebonden.

Ook in de vrije tijd vervult de PDD een rol. De voordelen van openheid van voorkeuren die mensen hebben -  koopgedrag, interesse e.d. – winnen op termijn van zorgen over privacy. Zodra de student een winkel binnenloopt maakt de PDD verbinding met het netwerk van de zaak en krijgt hij productreviews en bij het verlaten van de zaak wordt automatisch afgerekend. Tijdens zijn reizen heeft hij onderweg alle gemakken van games, internet, films, muziek e.d., en bij aankomst in een land checkt hij automatisch bij de douane in op het overheidsnetwerk.

Werk hoeft niet alleen ‘op het werk’ maar kan ook thuis of onderweg, net als contact met vrienden. Dat werk zelf wordt ook veel digitaler: de kenniseconomie kan zich snel uitbreiden doordat zeker de helft van de werkgroepen een mondiaal karakter krijgt.

Generatie C: connected, communicating, content-centric, computerized, community-oriented, always clicking. Geboren na 1990 en nooit zonder internet geweest. Naar verwachting is deze groep 40% van de consumenten in de ontwikkelde wereld in 2020. De groei gaat snel. De ontwikkelde wereld is al hard op weg, de nieuwe economieën volgen razendsnel.

Waarom steken mensen hier tijd in?
Deci heeft goed onderzoek gedaan naar motivatie. Bij intrinsieke motivatie houden mensen hun enthousiasme veel langer vast dan bij extrinsieke motivatie. Mensen zijn sterk gemotiveerd door drie dingen: het verlangen autonoom te zijn, het verlangen competent te zijn en het verlangen verbonden te zijn met anderen. Sociale media komen hieraan tegemoet. Het gevoel van autonomie wordt teniet gedaan door betaling, dus een vrijwillige bijdrage geeft de sterkste bevrediging. Ubuntu is een prachtige naam voor een product dat op deze collectieve wijze is geproduceerd.

Breinreserve
In 2007 ontstond na presidentsverkiezingen in Kenya geweld door de overheid tegen burgers. Mensen gingen hiervan melding maken op internet. Zo ontstond Ushahidi (ooggetuige). Ushahidi is inmiddels uitgegroeid tot een bron van informatie op meer plekken. Geweld in Congo werd er geregistreerd, medicijnbehoefte in Afrika geïnventariseerd en gewonden in Haïti gelokaliseerd om wat voorbeelden te noemen.

Alle losse informatie bij elkaar levert een gezamenlijke waarde op die groter is dan de waarde van elk los onderdeel voor elk individu. Samen vorm dit het breinreserve. Tijd die mensen eerst voor de TV doorbrachten wordt nu ingezet om gezamenlijk, voor nog meer mensen dan alleen de deelnemers, artikelen en producten te produceren.

Waarom nu?
De vrije tijd is toegenomen en oude sociale structuren als de kerk brokkelen af. De vrijgekomen tijd is voor een groot deel ingevuld met passief TV kijken. Tegemoetkomen aan de behoeften van autonomie, competent zijn en verbondenheid was lastig. Communicatie had immers twee mogelijkheden: openbaar of persoonlijk. Het openbare deel was niet bereikbaar voor de massa.

Hier zien we het principe van de Gutenberg-economie. Productiemiddelen zijn te duur en er is personeel voor nodig. Dat gold voor de meeste openbare media. Door ontwikkeling van de techniek is dit veranderd.

Zelf iets creëren is dan veel leuker.

Werkt het?
Nieuwe technologie  moet integreren in een samenleving. Een samenleving laat zoveel chaos toe als het kan verdragen. Ushahidi bleek nuttig en bruikbaar en breidde uit. Cultuur en context hebben invloed op de verbreiding van technologie, vooral op communicatietechnologie.

De groepen die eraan werken moeten effectief en bevredigend voor de deelnemers zijn. Deze groepen worden meestal gestuurd door een kernteam van deskundigen, als een technische meritocratie.

Conclusie
Door sociale media wordt ons collectieve breinreserve benut. Mensen en hun onderlinge verbanden vormen de grondstof hiervoor. Mensen nemen er graag aan deel omdat het tegemoet komt aan de verlangens die ze hebben. Gaan we er werkelijk op vooruit? Misschien wel. Gutenberg begon met het drukken van aflaten en bijbels. Aanvankelijk was de verwachting dat dit de rol van de kerk zou verstevigen. Het tegendeel bleek waar. De aflaten kwamen in zulke aantallen dat de waarde daalde. De bijbels in allerlei vertalingen ondermijnden het interpretatiemonopolie van de geestelijkheid. De rol van de kerk raakte wat uitgespeeld ten gunste van het publiek. Wat een grotere uniformiteit in de hand leek te werken, leidde juist tot meer diversiteit. Het instinctieve vertrouwen in geleerden raakte uitgehold en de burger werd kritisch. Burgers hebben meer invloed gekregen en controleren in het openbaar hun overheid. Overheden voelen zich ook meer gecontroleerd. Allemaal positief. Sociale media kunnen ons dus echt effectiever, creatiever en actiever maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *