Kinderopvang? Onze zorg!

Goed, ik wist niet dat ouders hun kind fulltime naar de gesubsidieerde opvang konden brengen terwijl ze thuis zaten. Prima dat we, als het moet, daar wat op bezuinigen. Als het moet, want wellicht is het kind beter af in de opvang dan bij de ouder die het kind de hele week brengt, om welke reden dan ook. Maar met drie kinderen in de opvang, en dan heb ik er gelukkig al twee in de naschoolse opvang, zijn mijn inkomsten lager dan de uitgaven.

Geëmancipeerd of niet: het zijn meer vrouwen dan mannen die parttime werken omwille van zorg en het zijn meer vrouwen dan mannen die helemaal stoppen met werken als er kinderen komen, en daarmee dus stoppen hun kwaliteiten en talenten ten dienste van ons allemaal te stellen. We vinden dat het zo hoort, zo is te lezen in het onderzoek Verdeelde tijd van het Sociaal Cultureel Planbureau.

Maar sectoren die zonder vrouwen zouden veranderen zijn onderwijs en zorg. Onderwijs wordt voor het grootste deel door vrouwen gegeven. Zie Feminisering onderwijs Met minder mensen voor de klas, denk vooral aan het basisonderwijs, worden de klassen groter. De overheid investeert flink in onderwijs en kinderopvang. In het Gezinsrapport 2011 op pagina 90 zien we dat daar twee motieven voor zijn. Het verdelingsmotief houdt in dat er gelijke kansen voor het volgen van onderwijs moeten zijn. Het tweede is het externe-effectenmotief: de samenleving heeft belang bij een goed opgeleide beroepsbevolking. Als minder mensen werken, worden de klassen groter.  Financieel is er weliswaar geen drempel om onderwijs te kunnen volgen, maar differentiëren in de klas wordt met hele grote klassen een onmogelijke opgave. De vraag is of we dan nog kunnen voldoen aan de waarden die we willen bereiken. Dat kunnen we, ook zonder bijdrage van moeders, voorkomen. De wereld is groot genoeg. We vragen voor het onderwijs Chinezen. China heeft de toekomst. Een betere voorbereiding op die toekomst door het leren van de taal en de cultuur op de basisschool kunnen we ons nageslacht niet geven! Toch?

Voor de zorg stel ik voor dat we Roemenen, Hongaren, Polen en misschien werkloze Spanjaarden en Italianen in gaan zetten om een redelijk aantal zorgminuten per dag aan elke zorgbehoevende te kunnen garanderen. Die laatste twee categorieën graag in de keuken, dat wordt smullen, de anderen in de primaire zorg. Een paar belangrijke zinnen leren in wat vreemde talen is in het belang van de zorgbehoevende. Om met mijn zwager te spreken: het is belangrijk dat een zorgbehoevende aan kan geven dat het douche-/badwater te heet is, bijvoorbeeld. Ik zou dat zelf leren in alle drie de voornoemde talen voor de zekerheid….Of klinkt dit bizar?

We kunnen nog gaan voor het alternatief. We kunnen nu nog kiezen om ieders kwaliteit te benutten, kwaliteit die zoveel aanwezig is. Dat hoeft niet fulltime. Parttime je bijdrage leveren is ook prima. Dat heeft in dit land voorkeur zo laat het sociaal cultureel planbureau zien. Dan past iemand anders die dat goed kan een poosje op de kinderen. Voor het kind een feest, onderzoek van de universiteit van Amsterdam laat zien dat crèchekinderen meer leren dan thuisblijfkinderen, en voor de hele maatschappij feest omdat we voor elkaar zorgen. Omgekeerd moeten we er met z’n allen  voor zorgen dat iedereen zijn broodnodige bijdrage kan leveren.

Ik zal wel blijven werken. Bovenstaande is mijn overtuiging. Per maand betaal ik aan opvang €1915,50 voor drie kinderen, drie dagen opvang per week. €1651,45 komt er binnen met 3 dagen werk per week als docent in schaal C. Inderdaad, een negatief saldo. Dat geeft niet, door de opvangtoeslag komt ik toch nog een beetje positief uit. Voor zolang dat duurt… Mocht het helemaal wegvallen, ga ik ervan uit dat ik mijn investering op termijn terugverdien: als ik het nodig heb, krijg ik zorg van onze kinderen. Kinderen opvangen is zorgen voor later. Laat de mensen die nu niet investeren in onze ‘verzorgingsstaat’ daar dan op termijn de wrange vruchten maar van plukken.

2 gedachten over “Kinderopvang? Onze zorg!”

  1. Ik denk dat niet alleen onderwijs en zorg gaan veranderen als de dames wegvallen. Ik weet geen cijfers, maar zo op het oog is het relatieve aantal vrouwen bij justitie – als rechters en officieren van justitie – ook hoger dan de gemiddelde proportie in andere takken van sport.

    Misschien dat het aandeel bij dameshockey hoger ligt.

    1. Het hele rijtje?
      rechterlijke macht: 52% vrouw (eind 2010), wetgevende macht: 41% vrouw (tweede kamer) en uitvoerende macht: 25% vrouw (ministers).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *