Vredesmissies

Sinds de jaren ’80 vinden steeds meer vredesmissies plaats. Waarom worden dat er steeds meer, veranderen de missies zelf en welke opties zijn er.

Waarom

De macht in de wereld verandert. Was de wereld na WOII overzichtelijk verdeeld in twee machtsblokken, USSR en VS, nu is de macht aan het verschuiven van unipolair – VS –  richting multipolair. Het wegvallen van de gevestigde machtsblokken leidt hier en daar tot burgeroorlogen. Somalië viel eerst onder Russische invloed en moet het nu zelf doen bijvoorbeeld. Op meer plekken in de wereld worden de kaarten opnieuw geschud.

 Aanpak

Voor het Westen, en Westerse landen hebben het vooralsnog voor het zeggen in de Veiligheidsraad, is democratie een groot goed. Vredesmissies krijgen dus als doel in onrustige gebieden stabiliteit en democratie te brengen.

Van een aantal mislukkingen is geleerd. Snel veilige plekken creëren is één van de voorwaarden voor het slagen van een missie. Functionerende staten bouwen in plaats van reconstrueren wat er was voor de onrust, is een tweede. Ten derde moet duidelijk zijn wat voor staat gebouwd moet worden. Een missie verloopt dus in drie stappen: interventie, (re)constructie van de staat en wederopbouw. De laatste fase wordt als het goed is op nationaal niveau geregeld met internationale en ook civiele hulp. Als de staat eenmaal goed georganiseerd is, maakt een land kans iets goeds op te bouwen. Fragiele staten, bijvoorbeeld Nigeria, Somalië en Afghanistan, kunnen niet in de behoeften van hun burgers voorzien en hebben ook de mensenrechten niet in de hand. Opbouwen is dan moeilijk.

 Soorten missies

Er zijn verschillende soorten missies te onderscheiden.

Het klassieke peacekeeping mandaat ziet af van geweld en kan beschouwd worden als verlengstuk van internationale diplomatie. Militairen voeren het uit omdat ze voorbereid zijn op de werkomgeving maar verder is er weinig militairs aan het doel.

Na verschillende mislukkingen van voornoemde soort, kwam de commissie Brahimi met een nieuw concept: robuuste peacekeeping. Goede bedoelingen is niet genoeg: er moet ook op geloofwaardige wijze geweld ingezet kunnen worden. Militairen moeten dus uitgerust zijn met de vereiste zware bewapening. Nederland heeft aan dergelijke missies nooit deelgenomen.

Wel aan multinationale strijdkrachten. Doel is het uitvoeren van vredesregelingen. Deze missies worden aangestuurd door een NAVO-commandant (altijd een Amerikaan….).  In een land waar tijdelijk geen regering is, bijvoorbeeld in Irak na de val van Saddam Hoessein, is er volgens internationaal recht sprake van een bezettingsmacht. Het klinkt niet leuk en bezetter zijn brengt ook verplichtingen met zich mee.

De laatste optie is er één die valt onder bezetting in tijd van oorlog. Dat is het geval in Afghanistan. Nederlandse militairen worden ingezet in het kader van ‘het recht op zelfverdediging’. Op een afstand van 5000 kilometer verdedigen zij nationaal grondgebied onder het mom van ‘de strijd tegen het terrorisme’. Een dergelijke missie is dan ook omgeven van geheimzinnigheid.

Of instemming van de Veiligheidsraad nodig is, is nogal eens onderwerp van discussie. In noodsituaties mag het zonder instemming. Alleen bij onbewapende waarnemers is er geen sprake van geweld, in alle andere soorten missies wel. Risico van slachtoffers is daaraan inherent.

 Mensen

Eén van de voorwaarden om deel te nemen aan een missie is draagvlak in het hulpverlenend land. Een deel van de militairen krijgt te kampen met trauma’s en bij een missie komen slachtoffers terug. Op veilige afstand de zaak regelen, lijkt dus aantrekkelijk en zal het draagvlak vergroten. Maar wat de gevolgen kunnen zijn van het van grote afstand aansturen van mensen die toestemming vragen te mogen schieten, bleek dit jaar bij wikileaks. Mensen kunnen doorslaan en onethisch gaan handelen.

Je wilt eigenlijk dat ze zich strikt aan de regels van het oorlogsrecht houden, strikt de geweldsinstructie van een bepaalde missie volgen en geen risico lopen. Dat kan. Ronald Arkin van het Georgia Institute of Technology werkt aan een ethische robot die voor gevechtsmissies wordt geprogrammeerd. Nog los van het praktische –  als een mens het verschil kan zien tussen een bus toeristen en een bus militairen dan moet zo’n robot datzelfde trucje ook ingeprent kunnen krijgen neem ik aan –  voelt deze dehumanisering van oorlog niet goed. Echter, als ik zou moeten kiezen tussen deze twee kwaden, er vallen hoe dan ook aan enige zijde slachtoffers en daarvoor kiezen is niet aan mij besteed, zou ik toch gaan voor de robot. Dat lijkt me betrouwbaarder dan een mens die op afstand een live computergame zit te spelen. Boven alles gaan verstandige mensen die in kunnen schatten wat hun toegevoegde waarde kan zijn, zoals de Nederlandse bijdrage in Uruzgan liet zien.

 Max Weber

Op voorstel van een minister bepaalt de tweede kamer over deelname aan een missie. Daar doet zich een lastige paradox voor. De kamer wil zo goed mogelijk geïnformeerd worden en maakt een keuze die overeenkomt met de goede doelen van een missie. Moreel moet zo’n missie kloppen. Max Weber spreekt dan van gezindheidsethiek. Er moet bijvoorbeeld democratie komen of de politie moet volgens nette regels gaan werken. De minister echter krijgt zijn praktische informatie, en dus de praktische invulling van de missie te horen en stemt daar zijn voorstel op af. Natuurlijk met de beste bedoelingen als uitgangspunt, verantwoordelijkheidsethiek. Hoeveel kost zo’n missie bijvoorbeeld en wat zijn de risico’s. Als dat teveel door elkaar gaat lopen, krijgen we de rare situatie zoals de politie-opleiders in Kunduz: goed bedoeld, maar praktisch niet passend in de situatie.

 De meeste conflicten zijn binnen staten, de meeste missies tegenwoordig met breed mandaat en robuuste bewapening. Het lijkt niet anders te kunnen. Voor de opbouw wordt samenwerking met NGO’s gezocht. Sommige daarvan willen principieel niet met het leger samenwerken, andere juist wel om het doel, hulpverlening, toch te bereiken.

Door de machtsverschuivingen zullen steeds meer brandhaarden ontstaan. De vraag is waar de Veiligheidsraad en de NAVO hun grenzen zullen gaan trekken.

Boeken:

The utility of force Rupert Smith

The return of history Robert Kagan

The end of history Francis Fukuyama en zijn nieuwe boek The origins of political order

 

 

2 gedachten over “Vredesmissies”

  1. Beste Jolanda,

    Wat een rooskleurig beeld over ‘vredesmissies’ schets je hier. Voor westerse landen is democratie een groot goed, schrijf je, en dus is het logisch dat deze landen proberen in conflictgebieden democratie en stabiliteit te brengen.

    Landen als het Egypte van Mubarak en Saoedi Arabië, jarenlang trouwe bondgenoten van het westen, waren/zijn volstrekt niet democratisch. Nooit gemerkt dat onze westerse leiders daar verbetering in probeerden te brengen. En we hebben het ook grotendeels aan de bevolking van Zuid Amerika zelf overgelaten om zich van de, door in ieder geval de VS hartelijk gesteunde, dictators te bevrijden.

    Irak was ook niet democratisch. Maar gingen we daar volgens jou heen om vrede te brengen? Kom nou.

    Anders dan jij geloof ik niet in ‘vredesmissies’. Omdat het westen altijd een dubbele agenda hanteert. Omdat er dictators zijn die men weg wil hebben en andere die men graag in het zadel houdt. Omdat men wel naar regimechange streeft als een dictator niet zo cooperatief is, maar anders met alle plezier een bevolking in onvrijheid laat leven.

    Jij ziet het westen blijkbaar als de politieagent van de wereld. Net zoals de VS zichzelf graag ziet. Ik gun de wereld iets beters dan de vorm van ‘vrede’ die op deze manier wordt opgelegd.

    Jolande, kijk nog een goed naar hoe het gaat in Afganistan na tien jaar ‘vredesmissie’. Ik ben ervan overtuigd dat je echte vrede op een heel andere manier tot stand brengt.

    Met vriendelijke groet,
    Matthieu klein Tank

  2. Beste Matthieu, ik ben erg blij met je commentaar en ben het 100% met je eens! Hierboven is een ontwikkeling van vredesmissies weergegeven. Het ‘geweldloze’ mislukte. Je moet je inderdaad afvragen of de weg die nu gekozen is, nog meer geweld, de juiste is. Maar, dit is wel hoe het nu is.

    Handel en openheid zouden denk ik veel beter werken. Daarbij stoort het me dat de inzet altijd democratie is. Dat werkt in het Westen (nou ja…) maar dat moet niet automatisch een norm zijn voor de hele wereld. Deze week hoorde ik nog in een interview iemand die liet weten dat buitenlandse machten zich beter niet zouden bemoeien met de Arabische lente en dat niet de Amerikaanse overheid de toekomst van de Palestijnen moet bepalen maar dat de Palestijnen dat zelf moeten doen. Klinkt best logisch eigenlijk.

    De Verenigde Naties is niet echt van alle naties: vijf permanente leden bepalen met hun vetorecht de show.

    Een echte aanrader voor je om te lezen is De eeuw van Azië waar ik eerder iets over schreef dat hiermee samenhangt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *