Politiek, journalistiek en feiten

 

 

Rob Wijnberg: “Het nieuws voedt ons elke dag met het exceptionele, absurde en groteske –net zo lang tot ze het doodnormale lijken. Niet de regels maar de uitzonderingen bepalen het publieke debat”.

NRC-next heeft sinds vorige maand een geheel nieuwe opzet. Hoofdredacteur Rob Wijnberg legde op 19 januari zelf uit waarom zijn krant voortaan voor feitenonderzoek gaat. Dragen meer feiten bij aan het politieke debat, vraag ik mij af.

Het leuke is dat hij daarbij socioloog Dick Houtman aanhaalt die spreekt over factfree politics. Volgens Houtman kan een politicus niet anders. Volgens Wijnberg handelt de politicus factfree omdat vooral de indruk die hij neerzet, telt. Politici profileren zich met oneliners en Kamervragen. Niet met veel dossierkennis.

Factfree politicus

Ik erger mij groen en geel aan de slechte kwaliteit van het werk van veel journalisten. In vraaggesprekken blijft de interviewer steken in niet-inhoudelijke vragen als ‘of de coalitiepartner geen scheuren in de gelederen vertoont’, of ‘de premier niet eens wat moet zeggen van een website van de gedoogpartner’, ‘wat de premier ervan vindt dat de leider van een oppositiepartij wellicht de volgende premier wordt’ en ‘of de minister van Financiën aan het volk kan uitleggen dat de lening aan Griekenland misschien niet wordt terugbetaald’. Is er geen inhoud? Waar wil Nederland in de wereld staan over 30 jaar, hoe komen we daar, wat is tegen die tijd het haalbare welvaartsniveau voor ons, hoe verdelen we die welvaart en hoe beschermen we wat we hebben? Om maar wat te noemen.

Goed, ik zou zeggen dat een beetje volksvertegenwoordiger zelf elke kans grijpt om zijn beleid inhoudelijk uit te leggen, maar een visie blijkt lastig. Houtman geeft aan dat een politicus visie moet hebben, kennis toepast in nieuwe situaties, en vandaar uit gaat handelen. Feiten, wetenschappelijk vastgesteld, gelden tot het tegendeel bewezen is, een visie is blijvend. We kunnen het de politicus niet kwalijk nemen op visie te werken en niet op feiten. En daar zit wel een risico in. Aan de journalisten de taak te achterhalen of de politicus ons gebakken lucht verkoopt of werkelijk een serieuze weg heeft gekozen. Een journalist moet achterhalen of de plannen gebaseerd zijn op reële verwachtingen. Kennis helpt daarbij.

Mensen willen, zo krijg ik de indruk, niet per se de grote lijnen horen. De punt aan de horizon zien. Willen niet horen hoe belangrijk Europa is voor Nederland, hoe groot de rest van de wereld is waarvan wij de speelbal zullen zijn. We willen nu horen dat we nu minder euro’s hoeven te betalen aan wat dan ook. Factfree dus eigenlijk.

Aangenaam eenvoudig

Dan komen we op het tweede punt dat gemaakt wordt. Wijnberg: “Journalistiek wordt zo meer op commercieel succes afgerekend dan op maatschappelijke relevantie”. We willen lezen hoe we willen zijn en hoe we het willen hebben. We willen het nieuws in het algemeen ook niet te ingewikkeld maar in hapklare brokken die in één keer naar binnen kunnen. Op een verjaardag verschaffen statements als ‘nu de euro afschaffen’ of ‘Griekenland eruit’ toch al snel meer begrip en bijval dan ingewikkelde beschouwingen over de geopolitieke situatie in het nabije en verre Oosten ten opzichte van Europa.

Dit komt overeen met wat mediasocioloog Henri Beunders stelt. TV zou een venster op de wereld worden. We zouden informatie kunnen delen. Maar behalve de sport, blijkt het allemaal fictie. De meest populaire programma’s, ook die uit het verleden, laten onszelf zien hoe we het zouden willen. Niet hoe het is. TV is een feelgoodinstrument. Dat geldt ook voor andere media. Factfree.

Kritischer publiek

Dus: het grote publiek wil geen ingewikkelde feiten, de visionaire politicus heeft ze per definitie niet –want de toekomst is nog geen feit -, de krant wil ze wel. En terecht. Journalistiek is een grote controleur van de politiek. Agendasetting is nog steeds belangrijk. De kiezer wil het gevoel hebben te bepalen welke kant we op gaan met dit land. Dat stelt hogere eisen aan lezers en aan journalisten dan de eenvoudige berichten.

 “Niet de regels maar de uitzonderingen bepalen het publieke debat”. Ja, helaas. Feiten verhogen de kwaliteit van elk debat. Geldt dit ook voor het politieke debat? Voor de korte termijnoplossingen wel. Voor de lange termijn is daar visie voor nodig. En dat vraagt om doortastende journalisten als gesprekspartner.

Eén gedachte over “Politiek, journalistiek en feiten”

  1. Ik heb al een lange tijd niet meer de indruk dat feiten er werkelijk toe doen in welke discussie dan ook. Politici zijn wat dat betreft nog een graadje erger, als je het mij vraagt.

    Kijk naar wat die sul van een Santorum, die ineens zo op de hoogte is van wat er in Nederland gebeurt, allemaal voor een onzin uitkraamt voor zijn politieke agenda.

    Feiten? Welke feiten…..? Het politieke debat, vooral in de V.S., is een aanfluiting als het om feiten gaat…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *