Hé Aamir,

“Beste Aamir, we moeten even praten. Je doet het hartstikke goed en je moet nu op stage net als de rest van de klas. Dan kom je straks goed beslagen ten ijs. Alleen, jij mag niet. Ik schaam mij dat ik het zeggen moet, maar de minister noemt jou een tweederangsburger. Voor mij is het ook nieuw, maar kennelijk bestaat zoiets. Je bent hier tijdelijk. Ik geloof dat dat het is. Ik vermoed dat je dan alleen onder het strafrecht valt hier.

Je mag wel naar school, zodat je de rest van je leven voor jezelf en misschien in de toekomst jouw gezin kan zorgen. Hier of daar. Voor zover ik heb gezien ben je erg goed in je werk. Menig werkgever zou je graag hebben. Menig mens hier niet. Ze zijn bang voor je. Pik je hun baan in? Hun huis? Nee toch, want je gaat weg als je school klaar is. Ik weet het niet Aamir, maar hier stopt de opleiding voor jou.

Een stagebedrijf krijgt €8.000 boete als we het toch doen. Je hebt vast voldoende hebt meegekregen om daar wat op te bouwen. Ik hoop het. Blijf toch juf hè? Ik heb dit werk niet voor niets gekozen.

Sorry? Die man? Die heet Kamp. Maar hij sprak daar als minister hoor, niet als mens.”

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *