Bij de beesten af?

De natuur zou ‘rechts’ zijn. Ieder voor zich en niemand voor ons allen. De zwaksten vallen af en dat zou goed zijn want dan blijven de fittest over. We gedragen ons soms ‘als beesten’ en nog erger: de mens is voor de mens een wolf. Het zal je maar gezegd worden als beest. Precies het omgekeerde is namelijk waar, zo stelt Frans de Waal in Een tijd voor empathie.

Empathie

Dat we op elkaar zijn aangewezen, staat als een paal boven water. Hoe kwetsbaarder de soort, hoe groter het samenwerkingsverband. Ons hele lichaam is ingesteld op een sociaal bestaan: sluit iemand eenzaam op en hij wordt letterlijk ziek, heb je een partner dan leef je langer. In een gezelschap waarin veel wordt samengewerkt, ben je beter af dan in een groep waarin dat minder gebeurt.

We identificeren ons het makkelijkst met soortgenoten. We spiegelen ons gedrag en onze stemming aan anderen. Vrolijke mensen maken ons vrolijk en bij het voeren van baby’s zitten paps en mams zonder erbij na te denken lustig mee te kauwen met de kleine eter. Voor beide acties is helemaal geen rationele reden. Dat is empathie: invoelen in een ander.

Empathie is oeroud en bijna niet tegen te houden. We zijn zo gemaakt dat we zonder nadenken in sociale situaties effectief kunnen functioneren. Onbewust ontstaat in een groep een hiërarchie. Die kunnen we wel sturen, meer in het leger, minder in een egalitaire samenleving. Maar empathie is er.

Vrouwen zijn empathischer dan mannen. Hoewel, als mannen er voor open staan – bijvoorbeeld als het mensen betreft waar ze veel om geven– dan blijken ze ineens toch net zo gevoelig als de dames. Sympathie gaat verder. Sympathie houdt in dat je ook de toestand van een ander wilt verbeteren. Dat is makkelijker te negeren dan empathie. Op microniveau hebben we dus een ingebakken gevoel voor de ander.

Wolven zijn trouwens ook empathisch en reageren bezorgd op gejank van een collegawolf. Daar gaat Hobbes…

Geluk

“Hoe altruïstisch is altruïsme als spiegelneuronen het onderscheid tussen zelf en de ander uitwissen?”  Zorgen dat de ander het goed heeft, geeft een goed gevoel. Je zou dus kunnen stellen dat al het (menselijke) gedrag in dienst staat van de handelende persoon zelf. Tenzij we die ander zien als concurrent: dan geeft narigheid bij die ander ons een lekker gevoel. Maar op grote schaal werkt dit averechts.

Vertrouwen in elkaar – de verwachting dat de ander geen schade toe zal brengen – is belangrijk. Niet in de rijkste landen zijn mensen het gelukkigst maar in landen waar mensen elkaar veel vertrouwen. Als voorbeeld wordt Denemarken genoemd. Daar staan wagens met baby’s gewoon buiten in de frisse lucht terwijl het gezelschap van de baby in kwestie een winkel inloopt. Niemand denkt erbij na dat zo’n kind gestolen kan worden. Wie zou zoiets nou doen? En inderdaad: Denen zijn zeer gelukkige mensen, internationaal vergeleken. Sociaal kapitaal is belangrijk voor ons geluk.

En oorlog dan? Dat is een naar product van hiërarchie. Mensen hebben van nature grote moeite een ander om zeep te helpen en moeten daar meestal toe gedwongen worden in oorlogssituaties. Immers, slecht doen geeft een slecht gevoel. En dat willen we niet. Kijk aan, we doen van nature goed. Ook op macroniveau is zorgen voor elkaar dus goed voor iedereen. ‘Bij de beesten af’ is eigenlijk een compliment…..

We kunnen niet anders

Empathie zit dus in ons systeem. Sociaal kapitaal maakt ons gelukkig. Zorgen dat een ander het goed heeft, geeft een fijn gevoel. Verschillen in inkomen en status accepteren we wel maar binnen grenzen. Dit toont de ultimatumtest aan. Liever hebben we allemaal niets dan de ander veel en wij oneerlijk weinig. In een samenleving met grote verschillen, hebben mensen minder vertrouwen in elkaar. Wij en veel andere soorten zorgen dus van nature graag voor elkaar! ‘Ieder voor zich’? Daar worden we helemaal niet vrolijk van!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *