Hoe perfect mag je zijn?

Zo’n boek dat leest als een telefoongids. Je blijft er in bladeren, opzoeken, soms zonder noodzakelijke volgorde en vooral  niet doelgericht. Uit En mijn tafelheer is Plato is dus ook zomaar een los hoofdstukje te lezen: Is de perfecte mens nog wel een mens? bijvoorbeeld. Ook zo benieuwd naar het antwoord? Tja… Zoals mag worden verwacht benadert Rob Wijnberg ook dit aan de hand van enkele filosofen.

Het idee van de menselijke natuur naar de hand zetten, is al een paar eeuwen oud. Moderner is het transhumanisme, een stroming die ervoor pleit de evolutie met technische hulpmiddelen te versnellen om betere mensen en een betere samenleving te bereiken. Twee visies worden er belicht, zoals een goed stuk betaamd: Fukuyama (1952) aan de ene kant, Bailey (1953) aan de andere kant.

Niet doen

Fukuyama stelt in ‘Our posthuman future’ (2002) drie bezwaren. Ten eerste doet biotechnologische vooruitgang de natuurlijke essentie van het menszijn teniet. Slechte eigenschappen – uitsluiten, jaloezie, gewelddadigheid – zijn onderdeel van goede eigenschappen. Omdat deze eigenschappen zijn verweven is, en dat is het tweede bezwaar, niet te voorspellen wat het resultaat gaat zijn als er wordt gesleuteld aan de genetische opbouw. Het derde bezwaar is een maatschappelijke. De ongelijkwaardigheid neemt toe. Er komen perfectere mensen en gewone inferieure. Er zit wat in.

Wel doen

Gelukkig heeft iemand de moeite genomen een verstandig weerwoord te noteren. Ronald Bailey stelt dat het juist zeer menselijk is om ons te bevrijden van biologische beperkingen. Genetische manipulatie of andere technologieën doen de menselijke natuur niet teniet maar zijn er juist een product van. Ten tweede maakt ook hij zich zorgen over maatschappelijke gelijkheid. Biotechnologie kan deze gelijkheid vergroten. Nu zijn goede eigenschappen alleen voorbehouden aan de mensen die ermee zijn geboren. “De irreële angst voor nieuwe technologie is even menseigen als het streven ernaar.” En daar zit ook wat in.

We zijn er niet uit

Nog niet. Het doet me denken aan de koning van het Klein Orkest die de dood  liet opsluiten.

Nog nooit was het volk zo gelukkig geweest
Jaren en jaren vierde men feest
Maar op den duur ging het feesten vervelen
en ging men gevaarlijke spelletjes spelen
Men sprong van torens, in diepe ravijnen
men stoeide met leeuwen en met wilde zwijnen
men dronk liters en liters vergiftigde wijn
en voerde wat oorlog, gewoon voor de gein
En niemand ging dood, geen mens ging verloren
Maar er werden wel steeds meer babies geboren
Het werd als maar drukker, men kreeg het benauwd
Er werden zelfs mensen de zee in gedouwd
En 100 jaar later was de lol ervan af
en ging men weer verlangen naar de rust van het graf.

Ze leefden nog lang en stierven gelukkig.

Volledige tekst: Er was eens een koning, machtig en groot

Eén gedachte over “Hoe perfect mag je zijn?”

  1. Er is één overtreffende optimist over het transhumanisme, en dat is Ray Kurzweil. In zijn boek “The Singularity is near” belicht hij dat onderwerp uitgebreider dan welk werk dan ook (op dit moment). En de boodschap is positief.

    Er zijn echter inderdaad kanttekeningen, die ook Kurzweil al plaatst. Voor wat handzame stukjes tekst:

    Ethische principes bij de creatie van kunstmatige intelligentie
    menselijke declassificatie en trans-soortelijke tolerantie
    Het gevaar van kunstmatige intelligentie

    De meta-boodschap is overigens eenduidig en in lijn met alle nieuwe technologie, en dat is dat er geen houden aan is. Een mondiaal moratorium op specifiek onderzoek of richting van ontwikkeling is niet mogelijk in een “vrije” wereld waarin ondernemers en durfkapitalisten bepalen wat er op de markt komt en de ene soevereine staat niets te vertellen heeft over wat een andere – eveneens soevereine staat – doet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *