Moeder, wanneer ga je nu eens dood

Moeder, wanneer ga je nu eens doodOp verzoek van mijn 81-jarige vader las ik dit weekend ‘Moeder, wanneer ga je nu eens dood’ van de Duitse Martina Rosenberg.

Martina keert na een aantal jaren Griekenland met haar man en dochter terug naar Duitsland. Intrekken op de bovenverdieping bij haar ouders lijkt een goede oplossing voor de huisvesting. De ouders kunnen helpen met oppassen en Martina kan voor haar ouders zorgen. En vooral dat laatste wordt nodig. Moeder wordt in de loop der jaren dement en vader hulpbehoevend. Steeds meer zorgverleners komen aan huis en uiteindelijk ook inwonen om voor de ouders te zorgen. Naarmate de ziekte van haar moeder vordert, nemen de zorgen toe.

Verraadster

Langzaam aan wordt de toestand ondraaglijk. Martina en haar man werken beiden en hun dochter gaat richting pubertijd. Ondertussen zijn er thuis geen momenten meer waarop de zorgbehoevende ouders geen rol spelen. Voor het werk moet ruzie tussen kibbelde ouders gesust worden, na het werk volgen dagelijkse rapportages van de verpleeghulp, ’s nachts een om hulp schreeuwende moeder en overdag een vader die het niet meer uithoudt met moeder en haar in haar rolstoel het huis uit duwt. Aan haar moeders leven kan ze niets meer toevoegen en haar vader heeft haar gekozen als bliksemafleider, een rol die zijn vrouw nu immers niet meer kan vervullen. Martina redt het zelf niet meer en het gezin verhuist. Ze voelt zich een verraadster. Haar moeder heeft sinds haar ziekte geroepen dood te willen en na jaren hoopt Martina dat ook. Als moeder een longontsteking oploopt, kiezen de kinderen ervoor die niet meer te behandelen waardoor er een langgehoopt einde komt aan de situatie.

Badante

De situatie speelt zich af in Duitsland waar plaatsing in een verpleeghuis geen standaard afweging lijkt te zijn. In veel Europese landen is het gebruikelijk inwonende hulp in te schakelen voor de verzorging van ouderen. Een item in Nieuwsuur van oktober 2013 laat de situatie in Italië zien. Het inhuren van badantes heeft voorkeur boven een duur en mensonterend verzorgingshuis, is de gedachte in veel landen. Het systeem heeft echter ook nadelen. Het klikt niet altijd tussen de familieleden en de badante. In de documentaire blijken niet alle hulpen een medische achtergrond te hebben en wel medische handelingen te verrichten terwijl niemand meekijkt naar de gang van zaken in huis en je kunt je afvragen hoe de ouderen de volstrekte beroving van hun privacy waarderen. Bovendien komt het grootste deel van de dames uit het buitenland. Ze laten hun kinderen en land achter om permanent in te wonen bij ouderen om daar 72 uur per week voor te zorgen. Ze hebben weinig rechten maar hun familie heeft het inkomen hard nodig.

Nederlandse zorg

Door de forse bezuinigingen in Nederland op de ouderenzorg bestaat de kans dat ook hier steeds meer mensen voor deze strategie gaan kiezen. Daar zouden we toch minstens eens goed over na moeten denken. In de ogen van ‘het buitenland’ parkeren wij hier onze ouderen in een verzorgingshuis en kijken er niet meer naar om. In sommige gevallen lijkt dat ook zo. Niet voor niets zijn er sinds vorig jaar verzorgingshuizen die bij inschrijving de familie vragen enige tijd per maand vrijwillig een steentje bij te dragen aan de werkzaamheden. Daar staat wel tegenover dat we in mijn ogen (nog wel) een mooi systeem hebben. Adequaat ingerichte huizen met goed opgeleide mensen die er plezier in hebben voor oudere mensen te zorgen. Wat mij betreft draagt niet alleen de familie enkele uren per maand bij aan zorg maar doet iedereen dat. Via de belasting kopen we onze zorgtaak voor ieder van ons die dat nodig heeft heel makkelijk af[1]. Verzorging van anderen is volledig geïnstitutionaliseerd. Werken en verzorgen zijn twee verschillende planeten met op de ene de gezonden en op de andere de zorgbehoeftigen. Uit het boek blijkt overduidelijk dat dergelijke intensieve zorg niet van een gezin verwacht mag worden. Ondanks bovenmenselijke inspanning van de dochter eindigen de levens van haar ouders met boosheid, ruzie en teleurstelling bij alle partijen. Ik heb voorkeur voor ons systeem aangevuld met een beetje extra hulp van iedereen.

 


[1] Op hete mbo hadden we een aantal jaar een module ‘maatschappelijke stage’. Leerlingen die zelf geen plek konden vinden, mochten naar een bejaardenhuis waar we een afspraak mee hadden. Een hele dag draaiden ze mee: spelletjes spelen, koffie rondbrengen en buiten wandelen. De stoerste jongens kwamen met de beste verhalen en ervaringen terug. Ze hadden een wereld gezien waar ze geen idee van hadden. Helaas is dit na twee jaar weer afgeserveerd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *