Sociale Quaestie

Agneta

“Verzeker uw geluk, uw rust als patroon, door de welvaart van uw huis te vestigen op de welvaart van uw werklieden. Help hen, en zij zullen u helpen. Bevorder hun geluk, en zij zullen het uwe bevorderen. [….] Indien de zaken goed gaan, dan zullen zij, gedreven door hun belang, proberen de zaken nog beter te maken, en hoe beter deze zullen gaan, hoe meer u verzekerd zult zijn van hun trouwe medewerking.” aldus Jacob Cornelis van Marken in 1889 op een Parijs’ congres van industriëlen.

Jacques en Agneta van Marken storten zich eind negentiende eeuw bevlogen op het vraagstuk rond de Sociale Quaestie en zien de verzoening tussen arbeid en kapitaal als rechtvaardige noodzaak.

Agneta: “Jij ziet alleen de gemeenschap. Niet het indivdu maar de gemeenschap.” Jacques: “Zo is het precies Agneta. Als ik spreek, zie ik geen ík maar wíj.”

Het echtpaar richt in 1869 in Delft de Gistfabriek op. De slechte leefomstandigheden van de arbeiders stond haaks op hun visie over de relatie tussen werknemers en werkgever. Het echtpaar liet daarom een mooi woonpark ontwerpen door Zocher, de beroemde architect van Engelse landschapsstijl. Eerder ontwierp Zocher met zijn vader het Vondelpark in Amsterdam en diergaarde Blijdorp in Rotterdam. Het moest een groene wijk worden voor de mensen van hun gistfabriek om te wonen en te recreëren met tal van praktische voorzieningen als een kampwinkel – op coöperatieve basis was het idee – , een ontspannigsgebouw en speeltuinen. Zelf zouden ze er ook gaan wonen.

Kritiek

De visie van de Van Markens rondom het arbeidersvraagstuk vond weinig aansluiting bij politieke stromingen. Hij was lid van het Comité ter bespreking van de sociale quaestie. Een liberale groep wetenschappers en fabrikanten die zich bezighield met het oplossen van het arbeidersvraagstuk. Liberale politici stonden niet te juichen bij het idee van een sterkere rol voor de overheid in het bestrijden van de armoede.

Vanuit de socialistische hoek kwam ook kritiek. Frank van der Goes noemde Van Marken de gevaarlijkste kapitalist, die zijn arbeiders verzoende met hun lot: arbeider zijn.

Steun was er wel bij de katholieke kerk. In 1891 publiceerde Paus Leo xiii zijn encycliek Rerum Novarum waarin hij een oproep deed tot het beschermen van zwakkeren door het invoeren van een rechtvaardiger loon, meer invloed van de overheid om dit te bereiken en de vorming van vakbonden. De visie van Van Marken gaat voorzichtig richting het corporatisme waar deze paus heil in ziet. Van Marken heeft bijvoorbeeld voor ogen dat de bewoners eigenaar worden van het park en richt daarvoor de NV Gemeenschappelijk Eigendom op.

Actueel 

Ruim honderd jaar later is deze kwestie nog steeds, of misschien opnieuw, actueel. Denk aan de waarschuwingen van diverse economen over het verdwijnen van de middenklasse die hard nodig is om de economie en de maatschappij draaiend te houden. Zonder middenklasse minder bestedingen en belastingopbrengsten. En daar krijgen ook de rijken last van.

Het echtpaar Van Marken stelt dat als het goed gaat met de werknemers, het met de hele fabriek goed zou gaan. Voor die tijd voelden ze zich erg gelijk met de arbeiders. Behalve zorg voor goede huisvesting vierden ze samen feesten en waren ze erg persoonlijk betrokken bij het wel en wee van de parkbewoners. Na de dood van Jaques van Marken zette Agneta, naar wie het park in Delft vernoemd is, het werk voort. Ze liet na haar dood een flink bedrag na voor personeel dat door ziekte tijdelijk niet kan werken. In de jaren ’80 van de twintigste eeuw komt het park als eerste fabriekskolonie en tuindorp op een Unescolijst van honderd belangrijkste monumenten van Nederland.

Het is vaak een minderheid die voor verandering zorgt. In Delft was dit het echtpaar Van Marken. Hun Gistfabriek en Agnetapark zijn nog volop in gebruik. Hun bijzondere levensverhaal, zij bleven kinderloos maar hij had er al snel na zijn huwelijk drie in Rotterdam, is opgetekend vanuit Agneta’s perspectief door Jan van der Mast in het boek Agneta.

 

 

 

 

Eén gedachte over “Sociale Quaestie”

  1. Dankjewel voor de mooie woorden.

    Wij zijn inderdaad de maatschappij!
    Dat hadden de Van Markens goed begrepen.

    Fijn dat je er zo uitgebreid over schrijft,
    het in de historische context plaatst,
    maar ook de actuele waarde van hun gedachtengoed onderschrijft…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *